Zoeken
  • Home
  • /
  • Carpaletunnelsyndroom (CTS)
menu (1)
icon_close_white
icon_close_white
icon_back_white_2
Path
icon_divider_white
  • Home
  • /
  • Carpaletunnelsyndroom (CTS)

Carpaletunnelsyndroom (CTS)

Carpaletunnelsyndroom (CTS)

Wat is het?
CTS is de afkorting van het carpaletunnelsyndroom. Dit is een storing in een belangrijke zenuw in de buurt van de pols, de nervus medianus. CTS komt vaak voor.

Wat zijn de klachten?
De klachten zijn: tintelingen, pijn en een doof gevoel in de hand en vingers. Het gaat dan om de duim, wijsvinger, middelvinger en ringvinger. Patiënten kunnen ook minder kracht hebben in hun hand. De klachten komen vaak ‘s nachts of vroeg in de ochtend voor. Patiënten hebben de klachten ook regelmatig in allebei hun handen.

Wat is de oorzaak?
Een CTS ontstaat doordat de medianus-zenuw knel zit in de buurt van de pols, in de carpale tunnel. Deze tunnel is een doorgang voor zenuwen en pezen die van de onderarm naar de hand lopen. Meestal is er geen specifieke oorzaak voor deze aandoening. Mensen met suikerziekte, reumatische aandoeningen of een traag werkende schildklier hebben mogelijk meer kans op een CTS. CTS zou ook kunnen ontstaan als u met uw hand of pols steeds dezelfde bewegingen maakt, bijvoorbeeld bij computerwerk. CTS komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

plaatje waarin de zenuwen in de hand zijn aangegeven

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Een arts stelt de diagnose op basis van uw verhaal en een onderzoek naar de handfuncties. Soms is een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG) en/of een zenuwechografie nodig. Bij een EMG krijgt u kleine stroomstootjes om de functie van de zenuwen te onderzoeken. Dit geeft een prikkelend of kloppend gevoel. Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten. Dit onderzoek kan lichte pijnklachten geven. Bij een echografie beweegt de onderzoeker een klein apparaatje over uw huid. Dit noemen we een transducer. Hierdoor is op een beeldscherm de zenuw te zien. Dit onderzoek doet geen pijn.

Welke behandeling is mogelijk?
Als er weinig klachten zijn is het soms genoeg om uit te leggen wat CTS is en dan af te wachten of de klachten vanzelf overgaan. Verder wordt er vaak gekozen voor een polsspalk, een injectie of een operatie.

Nachtspalk
Door ’s nachts een spalk of brace te dragen krijgen uw pols en hand rust. Dit kan soms helpen. Maar bij een deel van de patiënten helpt dit helaas niet genoeg.

Injectie
De arts kan een injectie in uw pols geven met een combinatie van een verdovingsvloeistof en een ontstekingsremmer. Bij veel patiënten helpt dit. Zij kunnen de dag na de behandeling verder gaan met hun normale activiteiten. Maar bij een deel van de patiënten komen de klachten terug. Dit gebeurt soms een paar weken na de injectie, maar soms ook veel maanden later. De risico’s van een injectie zijn klein en de meeste patiënten hebben er weinig last van.

Operatie
Soms is een operatie nodig. Dan maakt de arts meer ruimte voor de zenuw in uw pols. U heeft meer kans dat de klachten helemaal wegblijven dan na een injectie of een spalk. Maar het is niet zeker dat u met een operatie helemaal beter wordt. U moet er ook rekening mee houden dat u na de operatie uw hand een tijdje niet kan gebruiken.

Keuzekaart CTS
Keuzekaart Mogelijkheden voor behandeling

Meer weten?
Thuisarts.nl

Het besloten deel van de website www.neurologie.nl is alleen toegankelijk voor leden van de NVN.

Bent u uw inloggegevens vergeten?
Vraag hier uw gegevens opnieuw op.

Heeft u problemen met inloggen?
Neem contact op met onze helpdesk.

Heeft u nog geen inloggegevens?
Vraag uw DOC-Access inloggegevens aan.