Functionele neurologische stoornis
Wat is het?
Functionele neurologische stoornis (FNS) is een aandoening waarbij patiënten onder andere problemen kunnen hebben met bewegen, praten, zien of horen. Dit komt doordat de communicatie tussen de hersenen en het lichaam niet goed gaat. Maar er is geen schade aan de hersenen of het zenuwstelsel. De klachten kunnen het dagelijks leven wel flink verstoren en maken het moeilijk om normale activiteiten uit te voeren.
| Vergelijking Om FNS beter te begrijpen, is de computer een goed voorbeeld. Een computer kan op verschillende manieren niet goed werken. Hij kan bijvoorbeeld kapot gaan of er gaat een onderdeel stuk. Dat heet een hardwareprobleem. Bij mensen is dit te vergelijken met bijvoorbeeld een beroerte, waarbij de hersenen beschadigd raken. Een foto of scan kan dit laten zien. Soms loopt een computer vast, bijvoorbeeld als er te veel programma’s tegelijk draaien. Dat is een softwareprobleem. Dit lijkt op wat er gebeurt bij FNS. Omdat er niets kapot is, kan je dat niet zien op scans. |
Wat zijn de klachten?
Patiënten met FNS kunnen allerlei klachten hebben. Soms is dat één klacht, maar het kunnen er ook meer zijn. Patiënten kunnen last hebben van: verlammingen, een loopstoornis, trillen, schokken, gevoelsstoornissen, spraakproblemen, slikproblemen, geheugenklachten, duizeligheid en wegrakingen. Dit laatste noemen we ook wel functionele aanvallen. De oude term psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA) wordt nog steeds gebruikt. Patiënten met FNS kunnen last hebben van vermoeidheid en pijn. Sommige patiënten hebben ook stemmingsklachten, zoals somberheid of angst. De klachten kunnen plotseling ontstaan en weer verdwijnen, maar ze kunnen ook aanwezig blijven. Vaak zijn de klachten de ene keer erger dan de andere keer.
Wat is de oorzaak?
Bij FNS worden de signalen in de hersenen niet goed verwerkt. Dit komt door een veranderde samenwerking tussen verschillende hersengebieden. De hersenen sturen het lichaam daardoor niet goed aan.
We weten niet precies waarom sommige mensen FNS krijgen en andere mensen niet. Verschillende factoren kunnen een rol spelen. Hieronder staat een aantal voorbeelden. Bij een deel van de mensen kunnen we geen duidelijke factoren aanwijzen. De onderstaande factoren zijn dus ook vaak afwezig.
- Risicofactoren zijn kenmerken die iemand gevoeliger maken voor het ontwikkelen van FNS. Bijvoorbeeld een chronische (neurologische) ziekte, een andere functionele stoornis, fibromyalgie, chronische vermoeidheid, autisme, een verstandelijke beperking, veel stress, een angststoornis, een depressie.
- Uitlokkende factoren zijn gebeurtenissen die voorafgaan aan het ontstaan van klachten. Dit kunnen allerlei gebeurtenissen zijn. Bijvoorbeeld een operatie, een val van de trap, het verlies van een dierbare, een periode van ziek zijn, migraine, een paniekaanval.
- Onderhoudende factoren zijn factoren die ervoor zorgen dat de klachten niet verdwijnen, zoals langdurige pijn, angst om te bewegen, niet erkend worden in de klachten, onzekerheid over de diagnose.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
FNS lijkt soms op andere neurologische ziektes. Daarom zoekt de neuroloog naar speciale kenmerken van FNS in het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek. Die noemen we ook wel ‘positieve symptomen’. Zo hebben sommige patiënten last van trillen. Bij patiënten met FNS kan de neuroloog dat trillen tijdelijk stoppen door hen af te leiden. De neuroloog stelt de diagnose op basis van dit soort kenmerken. Er zijn meestal geen onderzoeken (zoals scans) waarmee we de ziekte kunnen vaststellen. Soms wordt er extra onderzoek gedaan om een andere ziekte uit te sluiten. Maar dat is niet altijd nodig.
Welke behandeling is mogelijk?
Sommige patiënten met FNS herstellen vanzelf en hebben dan geen behandeling nodig. Voor herstel is het in ieder geval erg belangrijk dat de patiënt goed begrijpt wat de diagnose betekent. Een duidelijke diagnose en een goede uitleg kunnen al helpen om de klachten te verminderen. Heeft u nog vragen nadat u heeft gehoord dat u FNS heeft? Dan is het dus belangrijk om dat met uw neuroloog te bespreken.
De neuroloog kan u ook doorsturen naar een therapeut. Fysiotherapie helpt in veel gevallen goed bij bewegingsklachten, zoals loopstoornissen of verlammingen. Een gespecialiseerde fysiotherapeut werkt aan het opnieuw goed leren aansturen van bewegingen door de hersenen. De therapeut werkt daarnaast ook aan factoren die ervoor zorgen dat iemand niet beter wordt.
Daarnaast kan behandeling bij een gespecialiseerd psycholoog of psychiater helpen. Bijvoorbeeld als u last heeft van functionele aanvallen (wegrakingen) of geheugenklachten. Ook bij bewegingsklachten kan het als aanvulling bij de fysiotherapie nuttig zijn. De psycholoog werkt met u aan het verbeteren van het verwerken van signalen door de hersenen. Maar ook als u last heeft van somberheid of angst kan een behandeling door een psycholoog of psychiater helpen.
Het is wel belangrijk dat de therapeut ervaring heeft met FNS. De behandeling is vaak namelijk anders dan bij andere neurologische ziektes. Op de website van de stichting FNS ziet u via ‘FNS-net’ per regio welke therapeuten behandeling voor FNS aanbieden.
Als deze behandelingen niet voldoende helpen, kan een multidisciplinaire behandeling een optie zijn. Hierbij werken bijvoorbeeld fysiotherapeuten, revalidatieartsen en psychologen samen om de beste behandeling te bieden. Helaas is dit vaak nog niet beschikbaar.
Meer weten?
Thuisarts.nl
www.stichtingfns.nl – Op deze website vindt u informatie over FNS en therapeuten die weten hoe ze FNS moeten behandelen.
www.functionelebewegingsstoornissen.nl – Deze website geeft informatie over FNS, vooral over problemen met bewegen.
www.neurosymptoms.org – Op deze website vindt u informatie over alle soorten FNS.

