Patiëntenvoorlichting

Hersentumoren

Wat zijn hersentumoren?
Om te begrijpen wat hersentumoren precies zijn, is het nodig iets uit te leggen over de bouw van de hersenen en vliezen. De hersenen zijn opgeborgen binnen de schedel en de vliezen. Hersenen en ruggenmerg drijven in het hersenwater, dat aangemaakt wordt in de hersenkamers. Het hersenweefsel bestaat uit witte stof (hersenmerg) en grijze stof (schors). Het weefsel is opgebouwd uit cellen. De belangrijkste cellen zijn:

1. Zenuwcellen of neuronen. Deze zitten vooral in de hersenschors. Ze delen niet meer op volwassen leeftijd. Gezwellen van deze cellen komen dan ook niet voor na de vroege jeugd.

2. Hersenvliescellen. Gezwellen van die cellen heten meningeomen, naar het woord 'meningen' dat hersenvliezen betekent. Deze gezwellen groeien meestal erg langzaam en zijn vrijwel altijd goedaardig.

3. Steuncellen. Dat zijn cellen die de werking van de zenuwcellen ondersteunen. Er zijn drie soorten van belang, omdat daar gezwellen uit kunnen groeien:

a. astrocyten: stercellen, steunen de werking van neuronen;

b. oligodendrocyten: weinig vertakte cellen, deze maken de witte stof aan;

c. ependymcellen: bedekkende cellen van de hersenkamers.

 

De tumoren van de schedel en de hersenen worden als volgt ingedeeld:

1. Tumoren buiten de hersenen (extracerebraal). Deze ontstaan in de schedel, de vliezen of het zenuwweefsel van de hersenzenuwen en drukken van buitenaf op de hersenen. Dit zijn meestal meningeomen of vliesgezwellen. Ook komen er nog botgezwellen van de schedel en schedelbasis-, kinderschedeltumoren, zenuwgezwellen en hypofysegezwellen voor.

2. Tumoren in de hersenen (intracerebraal). Daarvan zijn er twee hoofdsoorten:

a. uitzaaiingen (secundaire hersentumoren of metastasen). Deze ontstaan door uitzaaiing van kanker elders in het lichaam, vooral uit long- en borstkankergezwellen (en melanomen).

b. echte hersentumoren (primaire hersentumoren). Deze ontstaan uit een van de genoemde celtypen (astrocyten, oligodendrocyten of ependymcellen). 

Waar heb je last van?
Een hersentumor is zelden of nooit de oorzaak van hoofdpijn. Het kan wel voorkomen, maar dan hebben de patiënten ook andere klachten. Dit zijn vooral: geleidelijke veranderingen in het gedrag, vergeetachtigheid, zwakte aan één kant van het lichaam en epileptische insulten. Bij kinderen zijn er andere stoornissen zoals toenemend dubbelzien samen met vallen en onevenwichtigheid. Hersentumoren zijn erg zeldzaam: maar tien tot twintig gevallen per jaar per 100.000 inwoners. Neurologen zien daarom veel vaker patiënten die bang zijn voor een hersentumor dan patiënten met de echte ziekte.

Wat is de oorzaak?
De oorzaak van echte of primaire hersentumoren is nog steeds onbekend. Er is wel gedacht dat een virus de oorzaak kan zijn of straling, chemische stoffen en ongelukken, maar niets is bewezen. De laatste tijd doet het verhaal de ronde dat gsm's hersentumoren zouden kunnen veroorzaken, maar dat lijkt op zijn minst onwaarschijnlijk. Er is soms wel een erfelijke component, met meerdere patiënten met gezwellen in één familie. In sommige families is sprake van een erfelijk kankersyndroom, maar meestal is het niet precies bekend hoe dit komt. Bij aanwijzingen voor het bestaan van erfelijke hersentumoren is onderzoek door een regionaal genetisch centrum aangewezen. Verwijzing vindt plaats door de behandelend neuroloog.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Op een hersenscan (CT- of MRI-scan) is vaak wel te zien dat iemand een hersentumor heeft, maar niet wat voor soort het is. De aard van een gezwel wordt vastgesteld met weefselonderzoek. Dit gebeurt door een neurochirurg die een stukje uit het gezwel neemt (biopsie) of het gezwel zo veel mogelijk verwijdert (resectie).

Vervolgens kan de patholoog, na kleuring van het weefsel, zien of er sprake is van een metastase of een primaire hersentumor. Verder kan hij uitmaken wat voor soort primaire hersentumor het is en hoe kwaadaardig de tumor is. Dat is van groot belang voor het bepalen van de vooruitzichten (prognose) en de behandeling. De indeling van primaire hersentumoren is als volgt:

  • ependymomen (erg zeldzaam deze worden verder niet besproken)
  • oligodendrogliomen
  • astrocytomen
  • menggezwellen

De tumoren worden ingedeeld in kwaadaardigheidsgraden 1 t/m 4. Onder een glioblastoom wordt een kwaadaardige graad 4 tumor verstaan, het precieze celtype is daarbij vaak niet meer te bepalen.

Nadat bij een patiënt op een scan is vastgesteld dat er een tumor aanwezig is, duurt het meestal twee tot vier weken voordat de aard van het gezwel bekend is. De patholoog heeft drie tot vijf werkdagen nodig om een precieze diagnose te stellen. Het behandelingsplan wordt altijd in groepsverband besproken, dat plaatselijk of regionaal is georganiseerd. In het algemeen voeren een radiotherapeut en een gespecialiseerde neuroloog de aanvullende behandeling en begeleiding uit.

Wat kun je er aan doen?
Wat er aan te doen is, hangt af van de aard en kwaadaardigheidsgraad van het gezwel. Uitzaaiingen (metastasen) worden soms behandeld met een operatie, maar meestal met een vorm van bestraling (radiotherapie) door een radiotherapeut. Een enkele keer wordt chemotherapie gebruikt.

De behandeling van primaire of echte hersentumoren is afhankelijk van de gradering en bestaat uit chemo- en/of radiotherapie, soms in combinatie met een operatie. Soms is het beleid afwachtend.

Een second opinion is mogelijk in de regionale universitaire ziekenhuizen en de categorale kankerziekenhuizen (Anthonie van Leeuwenhoek ZKH en Erasmuc MC-Daniel den Hoed). Daarnaast worden patiënten regelmatig verwezen naar Duitsland en naar Leuven voor gespecialiseerde behandelingen. De verwijzing kunnen patiënten het beste bespreken met hun behandelend arts, omdat deze alle noodzakelijke informatie kan geven en de gegevens direct kan doorsturen aan het betreffende centrum.

Regelmatig duiken verhalen op over wondergenezingen door alternatieve genezers, door diëten of door toepassing van bijzondere apparaten. Veel van deze therapieën hebben een winstoogmerk of zijn het product van rotsvaste en onweerlegbare overtuigingen. Het is raadzaam om de toepassing van een alternatieve therapie te bespreken met een behandelend arts, om er in ieder geval zeker van te zijn dat er geen schade kan optreden en om teleurstellingen en financiële schade te voorkomen. Helaas is genezing van de graad II-IV astrocytomen en oligodendrogliomen nog steeds niet mogelijk.

Meer weten?
http://www.hersentumor.nl/
www.jeugdenhersentumor.nl

 

Juli 2011/revisie februari 2014